Speech Job Cohen op conferentie Islam, wetenschap en beleid (onverkorte versie)

JobcohenDames en heren,

Het is mij een groot genoegen hier te spreken bij de opening van het LUCIS, het Leiden University Centre for the Study of Islam and Society, ontstaan na de deconfiture van het ISIM.

Het ISIM was een mooi initiatief van OCW en vier universiteiten om de verzamelde kennis over islam en moslimwereld dat bij deze verschillende universiteiten aanwezig is, bij elkaar te brengen en te versterken. Ik vond dat een belangrijk initiatief, omdat het zo goed paste in de maatschappelijke context van ons land. Toen die organisatievorm na tien jaar niet meer levensvatbaar was – helaas, zeg ik erbij – heeft men snel nieuwe vormen gezocht, en gevonden. Naast de oprichting van ISIS, een landelijke onderzoekschool voor islam-studies, met steun van OCW, hebben maar liefst zeven universiteiten hun eigen islam-studies. In Leiden zijn die het meest zichtbaar verenigd in LUCIS. Leiden heeft vanouds een forse concentratie van kennis op dit terrein, dus ik hoop dat wij daar allen nog veel profijt van te hebben.

De in het afgelopen decennium toegenomen belangstelling voor de islam heeft rechtstreeks te maken met de gebeurtenissen van 11 september 2001, de terroristische aanslagen van Al Qaida op de Twin Towers in New York en het gebouw van het Pentagon in Washington. Sindsdien zijn er meer terroristische aanslagen gepleegd waarbij de daders zich geafficheerd hebben als aanhangers van wat zij als de ware islam zien. Aanslagen over de hele wereld: Bali, Istanbul, Casablanca, Hurghada, Madrid, Londen, Bombay xe2x80″ om maar de bekendste te noemen xe2x80″ met vele moslim- en niet-moslim doden tot gevolg. In de nasleep van 11 september 2001 hebben de Verenigde Staten met steun van troepen uit de hele wereld, waaronder Nederland, oorlogen gevoerd in Irak en Afghanistan xe2x80″ met hier naar schatting meer dan honderdduizend doden tot gevolg, de meesten daarvan burgerdoden.

Naar aanleiding hiervan schrijven John Esposito en Dalia Mogahed (vanmiddag ook hier aanwezig)  in de inleiding op hun boek xe2x80x9cWie spreekt er namens de Islam xe2x80″ wat een miljard moslims werkelijk denkenxe2x80x9d het volgende:

xe2x80x9cTerwijl we proberen om te gaan met deze brute daden in een wereld die steeds gevaarlijker wordt en oncontroleerbaarder lijkt, worden we overspoeld door analyses van terrorisme-experts en andere deskundigen die de islam de schuld geven van het wereldwijde terrorisme. Tegelijkertijd proberen terroristische groeperingen zoals Al Qaida hun boodschap de wereld in te sturen; ze demoniseren het Westen als vijand van de islam en voor alles wat er mis gaat in de moslimwereld wordt het Westen verantwoordelijk gehouden.
Er is sprake van een retoriek van haat en toenemend geweld, die zich manifesteert als anti-Amerikanisme in de moslimwereld en als islamofobie in het Westen. Ondertussen neemt de discriminatie van, en vijandigheid jegens de islam enorm toe. In de nasleep van 11 september 2001 benadrukte president George W. Bush dat Amerika oorlog voerde tegen het terrorisme en niet tegen de islam. Maar de emoties laaien steeds hoger op en percepties worden verwrongen, als gevolg van de aanhoudende terreurdaden van een kleine minderheid, de uitspraken van haatzaaiers (zowel moslims als christenen), talkshowpresentatoren die ofwel anti-moslim of anti-westers zijn en politieke commentatoren. De islam en de gematigde meerderheid van moslims worden gelijkgeschakeld aan de opvattingen en daden van een extremistische minderheid.xe2x80x9d

Einde citaat.

Het is een betoog dat ook in Nederland herkenbaar is. Ook voor Nederland is in dit verband 11 september 2001 een belangrijke datum. Sindsdien hebben wij de opkomst van en de moord op Pim Fortuyn meegemaakt, en daarna, in dit verband een cruciale factor, de moord op Theo van Gogh, nu bijna vijf jaar geleden, door een islamitische extremist.
Ook wij staan voor de vraag hoe hiermee om te gaan.

De openingsconferentie van het LUCIS heeft als titel: xe2x80x9cIslam, wetenschap en beleidxe2x80x9d.
Die titel verwoordt kernachtig wat idealiter de juiste volgorde is als we het in onze samenleving hebben over de islam.

Eerst komt de vraag: wat is er te weten en te zeggen over de islam inzijn volle diversiteit:  de islam als godsdienst, als politieke factor,als sociaal, cultureel en historisch verschijnsel, als poxc3xabtischeinspiratiebron, als xe2x80xa6.. vul maar in.  Die vraag is zodanig omvangrijk,de invalshoeken van het onderwerp zodanig divers, de opvattingendaarover zodanig uiteenlopend, dat wetenschappelijke beschouwingen overal die vragen en invalshoeken meer dan behulpzaam zijn.

Vandaar het belang van het tweede begrip uit de titel van deconferentie van vandaag: wetenschap. Wat heeft de wetenschap ons tevertellen over de islam, over de moslimwereld, en de leefwereld vanhedendaagse moslims in Nederland, Europa en al die andere landen waarinmoslims leven en al dan niet de meerderheid vormen, opnieuw in zijnvolle diversiteit? Immers, de wetenschap, met haar pretentie vanobjectiviteit en waarheid, moet in staat worden geacht om hier enigeorde te brengen. En dat kan de wetenschap ook, en zeker ook dewetenschap zoals die in ons land sinds jaar en dag wordt beoefend. Wantin dat opzicht zijn islam en moslimwereld gxc3xa9xc3xa9n nieuwe verschijnselen inonze Westerse samenlevingen, waar xe2x80x9cwe niets van af wetenxe2x80x9d. In de loopder jaren en zelfs eeuwen is er aan de Nederlandse universiteiten heelveel aandacht besteed aan de diverse aspecten van de moslimwereld en deislam, en zeker hier in Leiden.

En daarmee ben ik aangekomen bij het derde begrip uit de titel van dezeconferentie. De kennis en de inzichten die de wetenschap heeftontwikkeld, moeten breder worden verspreid en benut bij het formulerenvan politiek en maatschappelijk beleid.

Het lijkt mij dat de huidige maatschappelijke en politieke discussieover de islam en moslims in ons land zich niet veel van deze drieslagaantrekt. Met andere woorden, ik denk dat al die verschillendeopvattingen en inzichten die er in en over de moslimwereld bestaan,onvoldoende over het voetlicht komen en dat er daardoor in hetmaatschappelijke debat veel te weinig rekening mee wordt gehouden. xe2x80x9cDewetenschapxe2x80x9d valt er als het ware tussenuit. Om die stelling van enigeargumentatie te voorzien, wil ik wijzen op het eerder genoemde werk vanEsposito en Mogahed xe2x80x9cWie spreekt er namens de Islamxe2x80″ wat een miljardmoslims werkelijk vindenxe2x80x9d, in 2008 door uitgeverij De Wereld in hetNederlands uitgebracht.  Een boek waar jarenlang onderzoek enraadpleging van duizenden moslims van diverse pluimage in diverselanden aan ten grondslag ligt en waarin de varixc3xabteit die demoslimwereld kenmerkt, tot uitdrukking komt, en dus niet alleen maar deextremen die in het huidige discours de boventoon voeren. Een boek datondanks de goede recensies in de geschreven media, genegeerd is door depublieke opiniemakers en dat misschien mede daardoor nauwelijks totpolitici en andere beleidsmakers is doorgedrongen.

Dat de wetenschappelijke kennis niet tot politiek en de mediadoordringt lijkt mij overigens niet alleen een zaak van politici enjournalisten, maar ook xc3xa9xc3xa9n die de wetenschap zich zelve moetaantrekken.
Dat is dus xc3xa9xc3xa9n van de dringende vragen die ik aan het LUCIS stel. Zorgervoor dat de wetenschappelijke kennis en inzichten niet binnen dewetenschappelijke wereld blijven, en doe uw uiterste best om dieinzichten werkelijk een rol te laten spelen in het maatschappelijkediscours. Als oud-rector van een universiteit weet ik dat ik mij numeng in het oude debat over de vraag of dat wel de taak van de academieis. Maar als burgemeester van Amsterdam, waar het debat over de islameen onderstroom in de discussie is geworden, vi
nd ik dat de wetenschapzich in hoge mate moet inspannen om midden in dat debat te komen. Ikweet het, het wordt niet altijd gezien als de core-business van deuniversiteit, maar dat is het wel. De universiteiten hebben hier eenmaatschappelijke taak.

Als ik het maatschappelijke debat over islam en moslims zoals het nugevoerd wordt overzie, dan vallen mij de volgende kenmerken op.

In de eerste plaats ligt de focus vaak op radicale, fundamentalistischeof streng orthodoxe varianten van de islam, op het daarmeesamenhangende gevreesde terrorisme, op de geradicaliseerde jihad, opgeweldpleging en geweldprediking. Zonder enige twijfel zijn ditkwesties xe2x80″gegeven de gepleegde aanslagen en de angst die zij aldusdoelbewust veroorzaken- waartegen de samenleving zich wil en moetwapenen en dat gebeurt ook. Maar: geeft die focus nu een getrouw beeldvan wat islam en moslimwereld voorstellen? Als niet-kenner denk ik dan:dat kan niet waar zijn. Zoals iedere grote godsdienst moet xc3xb2xc3xb2k de islamvele kamers kennen xe2x80″ en, ik herhaal het nog maar een keer, een boek alsvan Esposito en Mogahed geeft veel voedsel voor die laatste stelling.

In de tweede plaats constateer ik dat er in de discussie nogal eenssprake is van een vermenging van islam en kwesties als criminaliteit,overlast en sociale misstanden. Interessant voorbeeld hiervan was eenvraag die mij in het programma Pauw en Witteman van 23 september jl.werd voorgelegd. Het programma zou gaan over mijn zojuist gepubliceerdeboek xe2x80x9cBindenxe2x80x9d, waarin lezingen die ik de afgelopen jaren heb gehouden,zijn gebundeld, waaronder enkele over de plaats van religie in hetpublieke domein. Daarover, zo werd de vraag ingeleid, zou het gaan xe2x80″waarna een filmpje werd vertoond, waarin ik zei dat problemen dieambulancepersoneel bij hun werk ondervonden, vaak te maken hadden metAmsterdammers van Marokkaanse afkomst. Dat had dus helemaal niets metreligie, en zeker niet met islam of moslims te maken, zoals, PaulWitteman na enige discussie snel toegaf. Maar die vermenging zat dusvoorin zijn bewustzijn.

Kortom: ik zou vandaag gebruik willen maken van deze conferentie, vande aanwezigheid van vele wetenschappers xc3xa8n van de aanwezigheid vanvertegenwoordigers van de media, voor een oproep om de opvattingen diein Nederland de openbare meningsvorming over islam, moslims enmoslimgemeenschappen bepalen, te toetsen aan wetenschappelijkeinzichten.

Wat kan de wetenschap bijvoorbeeld zeggen over de juistheid van devolgende beelden die hier van islam en moslimgemeenschappen bestaan?

–    De islam is een gewelddadige religie, 
–     Nederland islamiseert, wat betekent dat precies? Is het waar? Zoja, wat zijn de consequenties daarvan? Levert het gevaren op? Of kanhet bijdragen aan de ontwikkeling van onze samenleving?
– Is het waar dat (ook internationaal) de extremistische varianten van de islam oprukken?
– Is de islam onveranderlijk en dus een xe2x80x9cachterlijkexe2x80x9d godsdienst, eengodsdienst die niet past in de ontwikkelingen die de afgelopen eeuwenin het westen hebben plaats gevonden? En zou daarom ook xe2x80x98dexe2x80x99moslimwereld xe2x80″ of grote delen daarvan –  als onveranderlijk, ofachterlijk zijn te beschouwen?
– Verdraagt de islam zich met een westerse democratische rechtstaat, of ruimer: kan een moslimland democratisch zijn?

Daarnaast zijn er twee andere vragen die ik graag voorleg.
De eerste sluit aan op het boek van Esposito en Mogahed: wat willenmoslims in Nederland als het gaat om hun participatie en integratie inde Nederlandse samenleving? Want wat weten wij daarvan? De stem vanxe2x80x98gewonexe2x80x99 moslims (de gewone hardwerkende moslim, om in het jargon teblijven) komt in het maatschappelijke debat weinig voor het voetlicht.Wij horen nogal eens radicale uitspraken, en er wordt veel gesprokenover moslims, maar biedt dat nu een goed inzicht in wat er in doorsneeonder moslims in onze samenleving leeft?

De tweede vraag neemt als uitgangspunt dat Nederland een flink aantalmigranten heeft uit landen met grote moslimgemeenschappen zoalsMarokko, Turkije en Suriname; dat geldt in ieder geval voor de grotesteden. Zijn er in die landen van herkomst belangrijke trends op hetgebied van de islam waarmee wij in Nederland rekening moeten houden?

Dames en heren,
Dat zijn de onderwerpen waarvan ik zou hopen dat het LUCIS zich ermeegaat bezighouden. En, ik zei het al, ik zou hopen, dat disseminatie vankennis en inzicht ten behoeve van het maatschappelijke discours eenapart punt van aandacht zal zijn. Dat is niet alleen van belang voordat maatschappelijke debat, maar minstens evenzeer voor de kans opsucces van LUCIS.
En ik hoop dat LUCIS een succes wordt. Dat wens ik u dan ook in hoge mate toe.

Job Cohen is burgemeester van Amsterdam. Hij sprak deze tekst uit op de conferentie xe2x80x9cISLAM, WETENSCHAP EN BELEIDxe2x80x9d openingsconferentie van het LUCIS (Leiden University Centre for the Study of Islam and Society) op 14 oktober 2009 in het Academiegebouw, Rapenburg 73, Leiden. Met toestemming van de heer Cohen verschijnt deze tekst op het Allochtonenweblog. In de Volkskrant is eerder een ingekorte versie verschenen.

About Ewoud Butter

Schrijver, onderzoeker
This entry was posted in islam, opinie. Bookmark the permalink.

1 Response to Speech Job Cohen op conferentie Islam, wetenschap en beleid (onverkorte versie)

  1. Op 14 okt. was ik de hele dag aanwezig, heb alle sprekers gehoord, boek van Esposito/Mogahed gelezen, zie mijn commentaar en verslag op http://www.tora-yeshua.nl
    Shalom,
    Ben Kok (joods-chr.pastor)

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s