Hoger opgeleide allochtonen: identificatie met Nederland, maar geen liefde voor de Nederlander

Ouders met een hoge opleiding en hoge maatschappelijke status zijn doorgaans tolerant tegenover buitenlanders en geven die houding aan hun kinderen door. Zelfs als die kinderen een lagere opleiding en status hebben xe2x80″ waar gemiddeld een minder verdraagzame houding bij hoort xe2x80″ blijft die tolerantie overeind. Dat is een van de conclusies uit het promotieonderzoek van Jochem Tolsma, socioloog aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Tolsma onderzocht ook de invloed van de buurt op de weerstand die bewoners hebben tegen andere bevolkingsgroepen. Die invloed is er wel, maar ze is minder groot dan die van persoonlijke factoren. Bovendien blijkt de etnische samenstelling van een buurt minder belangrijk dan het gemiddelde inkomen van een buurt.

De onderzoeker stelt verder vast dat naarmate allochtonen beter geschoold zijn, zij zich meer met Nederland identificeren. Echter, over autochtone Nederlanders worden zij niet tot nauwelijks enthousiaster. Met name Turkse en Marokkaanse Nederlanders die gestudeerd hebben, zijn niet positiever over autochtone Nederlanders.

Hoger opgeleide allochtone Nederlanders gebruiken doorgaans meer Nederlandse media dan lager geschoolde minderheden. In het algemeen gaat dit samen met een positievere houding tegenover Nederland en (autochtone) Nederlanders. Maar niet bij tweede generatie Marokkaanse Nederlanders: zij worden door het gebruik van Nederlandse media eerder negatiever over autochtonen. Jochem Tolsma promoveert op 28 september 2009 aan de Radboud Universiteit Nijmegen. 

Onverwacht: invloed sociale mobiliteit
Sommige mensen hebben een grotere weerstand tegen etnische minderheden dan anderen. Factoren als leeftijd, geslacht, opleidingsniveau, arbeidsmarktpositie, mate van religiositeit, spelen daar een rol in xe2x80″ dat is bekend. Jochem Tolsma bestudeerde factoren die nog onvoldoende onderzocht zijn.

De meest onverwachte bevinding vindt hij zelf de invloed van sociale mobiliteit. xe2x80x98Dat betekent: of je maatschappelijk gezien stijgt of daalt ten opzichte van je ouders. Bij verschillende opleidingsniveaus en beroepsgroepen zien we een verschillende mate van weerstand. Ik constateer nu dat als je uit een nest komt met een hogere sociale status en een tolerante houding ten opzichte van etnische minderheden, je relatief tolerant blijft xe2x80″ zelfs wanneer je sociaal daalt ten opzichte van je ouders. Dat dat zo sterk doorwerkt, had ik niet verwacht.xe2x80x99

Meer diversiteit in de buurt niet per se een probleem
Over de invloed van de xe2x80x98lokale leefomgevingxe2x80x99 of buurt op etnische weerstand is binnen de sociologie momenteel veel discussie. Een veelgehoorde opvatting, tot populariteit gebracht door de Amerikaan Robert Putnam, is: hoe meer etnische groepen er wonen in een buurt, des te sterker de weerstand en des te minder sociale samenhang is er in die buurt xe2x80″ ook binnen de eigen etnische groep. xe2x80x98Sociale samenhang, daarmee worden zaken bedoeld als: vertrouwen in de medemens, burenhulp, onderling contact, deelname aan vrijwilligerswerk, maar dus ook tolerantie ten aanzien van andere bevolkingsgroepen. Putnam stelt dat bij grotere etnische diversiteit mensen niet alleen buurtbewoners uit andere bevolkingsgroepen mijden maar zich sowieso meer terugtrekken. Maar ik constateer: meer diversiteit leidt niet per se tot meer weerstand tegen etnische minderheden xc3xa9n ook niet per se tot minder sociale samenhang.xe2x80x99

Gemiddeld inkomen wel van (beperkt) belang
Belangrijker dan de etnische samenstelling van de buurt is hetgemiddelde inkomen. xe2x80x98Als persoon A en B hetzelfde inkomen hebben, maarA woont in een gemiddeld armere buurt, heeft A meer etnischevooroordelen. Dit komt niet omdat er in armere buurten vaak relatiefveel allochtonen wonen of veel criminaliteit plaatsvindt.xe2x80x99
Tolsma concludeert dat de invloed van wijkkenmerken niet overschatmoeten worden. xe2x80x98Met het opknappen van de wijk, renovaties of buurtwerkbestrijd je de etnische weerstand niet. Beter kun je kijken hoe hetgemiddelde inkomen omhoog kan. Maar ook daar moet je geen wonderen vanverwachten. Want de invloed van de lokale leefomgeving is veel geringerdan individuele kenmerken als leeftijd, opleidingsniveau enarbeidsmarktpositie.xe2x80x99

Hoger opgeleide allochtonen niet (veel) positiever over Nederlanders
Het is bekend dat naarmate het opleidingsniveau stijgt, de weerstandonder autochtonen tegen etnische minderheden afneemt. Tolsma wildeweten of zoxe2x80x99n opleidingseffect ook bestaat onder allochtonen. Welnu:het bestaat, maar het is zwakker dan onder autochtonen. Met name Turkseen Marokkaanse Nederlanders van de tweede generatie worden niet veelpositiever over autochtone Nederlanders naarmate zij hoger opgeleidzijn.

Dat heeft ermee te maken, aldus Tolsma, dat zij niet meer contacthebben met autochtone Nederlanders en ook niet minder discriminatieervaren dan lager opgeleide allochtonen. Een ander gegeven is dat hogeropgeleide allochtonen meer gebruik maken van Nederlandse media danlager opgeleide allochtonen. Dat bevordert de tolerantie ten opzichtevan autochtone Nederlanders, zou je denken. xe2x80x98En dat gebeurt ook wel,behalve bij tweede generatie Marokkaanse Nederlanders. Niet vreemd,gegeven de vaak negatieve aandacht voor hun etnische groep. De vraagis: ligt de gebrekkige integratie nu aan de allochtoon of deautochtoon? Feit is dat het nu niet van twee kanten komt.xe2x80x99

Hoger opgeleide allochtonen identificeren zich wxc3xa9l meer met Nederlanddan lager opgeleiden. Tolsma: xe2x80x98Loyaal aan Nederland zijn ze wel, maardol op Nederlanders, nee, dat dus niet per se.xe2x80x99

Ander onderzoek uit dezelfde groep

Dit promotieonderzoek sluit onder andere aan bij onderzoek dat deNijmeegse sociologen verrichtten voor het European Union MonitoringCentre for Racism and Xenophobia. Eveneens past het bij eenonderzoeksproject naar de effecten van etnische diversiteit in lokalegemeenschappen waarvoor Tolsmaxe2x80x99s promotor deze zomer 5 ton subsidieontving van NWO en dat in september van start gaat.

Jochem Tolsma (Kerkwijk, 1977) haalde in 2002 zijn masterdiplomaNatuurwetenschappen aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Vervolgenswerkte hij kort als jeugdwerker in Bos en Lommer, Amsterdam, waarna hijSociaal culturele wetenschappen studeerde aan de VU Amsterdam(masterdiploma in 2004). In 2004 startte hij als junioronderzoekerSociologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen met zijnpromotieonderzoek, dat valt binnen het programma van het NijmegenInstitute for Social & Cultural Research en dat mede mogelijk isgemaakt door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek(NWO). Momenteel is hij universitair docent Sociologie aan de RadboudUniversiteit.

Bron: deze tekst is overgenomen van de website van de Rijkuniversiteit utrecht
Meer informatie: website Jochem Tolsma

About Ewoud Butter

Schrijver, onderzoeker
This entry was posted in integratie. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s