Tussen orthodoxie en professionaliteit (verslag bijeenkomst over orthodoxie in het onderwijs)

Islamverlichting“Ik heb bewust voor deze kleding gekozen. Vanwege mijn geloof geef ik ook geen handen aan mannen. Ik respecteer het natuurlijk wanneer mensen andere keuzes maken en ik besef ook dat ik zo niet voor alle banen in aanmerking kom. Maar, dit hoort bij mij, het is mijn keuze, omdat ik denk dat het van mijn geloof zo moet.”

Aan het woord is Hafida, een orthodoxe moslima met een Amsterdamse tongval. Zij is samen met enkele vriendinnen als mentor van basisschoolleerlingen werkzaam bij de Amsterdamse Stichting voor Kennise n Sociale Cohesie (SKC). Ze reageerde tijdens de conferentie’Tussen orthodoxie en professionaliteit op de stelling van Ruud Drupsteen (directeur van de Amsterdamse Parnassia praktijkschool) dat hij geen personeel aanneemt dat weigert een hand te geven. Drupsteen: ‘Ik respecteer het wanneer mensen uit religieuze overtuigingen geen hand geven, maar niet bij mij op school. Wij bereiden onze leerlingen voorop deelname aan de Nederlandse samenleving. Daarin is het normaal dat je elkaar een hand geeft. Onze docenten moeten aan de leerlingen hetgoede voorbeeld geven. Ze moeten dus ook een hand geven.”

De conferentie werd op 10 juni georganiseerd door ACB Kenniscentrum en de Stichting voor Kennis en Sociale Cohesie (SKC).  Deze laatste stichting is voortgekomen uit een project van de voormalige Turkse en Marokkaanse adviesraden. Het project is al 10 jaar een groot succes:inmiddels begeleiden meer dan 200 mentoren van het SKC ruim 1500 Amsterdamse leerlingen op 50 verschillende scholen in het basis- en voortgezet onderwijs. Aanvankelijk waren het vooral Turkse en Marokkaanse studenten die als mentor actief waren voor de SKC, maar het team van de SKC is in de loop der tijd steeds multi-etnischer geworden.De laatste jaren krijgt de SKC steeds vaker te maken met islamitische mentoren die wegens geloofsovertuiging geen hand willen geven. Voor de ‘religieus-neutrale’ SKC  was dit aanleiding om samen met ACBKenniscentrum een conferentie over islamitische orthodoxie in het onderwijs te organiseren.

Pedagoog en filosoof Henk Blenkers was één van de sprekers tijdens de conferentie. Volgens hem moet orthodoxie niet gelijk worden gesteld aan radicalisering. Dat jongeren op zoek zijn naar een identiteit en daarbij terechtkomen bij radicale stromingen is volgens hem ook niet exclusief voor islamitische jongeren. Volgens Blenkers zijn er in het Oosten van Nederland, maar ook in de neue Bundeslandern (voormalig Oost-Duitsland) grote groepen extreemrechtse jongeren, die sterker en gevaarlijker zijn dan islamitische jongeren.

Blenkers signaleert de opmars van het dikke ik (ikke, ikke en de restvan stikken), zoals het is omschreven door de filosoof Kunneman.Jongeren en volwassenen eisen ‘respect’, maar vaak bedoelen ze daarmee: ‘ik denk en doe wat ik wil en jij ook” als ik er maar geen lastvan heb. Dat is iets anders dan de oorspronkelijke betekenis van het latijnse respectare (elkaar opnieuw bekijken, omzien naar elkaar).

Volgens Blenkers is het normaal en gezond wanneer jongeren experimenteren en provoceren. Provocatie leidt tot reacties en draagt bij aan identiteitsvorming. In pedagogische zin kan radicalisering daarom als een geschenk voor de docent worden opgevat. Om dit proces goed te begeleiden heeft een docent een pedagogische rol te vervullen.Een docent moet niet alleen socialiseren, maar ook emanciperen. Volgens Blenkers dienen docenten radicaal gedrag niet te snel te veroordelen,maar moeten ze zich openstellen voor de gedachten en normeringen die achter dat gedrag liggen. Docenten moeten zich bewust zijn van hun eigen sociale omgeving en hun eigen dominante kaders en macht. Ze moeten de bereidheid tonen niet alleen te leren over, maar ook van religies. Het is van essentieel belang voor een leraar om transparant te zijn en eerlijk te zijn over wat hem/haar zelf raakt. Open en authentiek zijn impliceert ook dat een leraar aandacht heeft voor transculturaliteit.
 

Wat betreft dergelijke pedagogische kwaliteiten schieten veel docenten volgens Blenkers tekort. Hij wijt dit onder andere aan de onderwijshervormingen van de afgelopen decennia waardoor de docenten geen eigenaar meer van hun curriculum zijn. Hij pleit ervoor meer te investeren in de pedagogische kennis en authenticiteit van leraren.

De andere spreker was David Pinto. Volgens deze hoogleraar interculturele communicatie wordt de rol van religie schromelijk overschat. Religie neemt volgens hem de kleur aan van de omgeving. De omgeving waarin je opgroeit is bepalender voor je gedrag dan je religie. Pinto hecht daarom ook weinig waarde aan debatten over religie. De islam en de koran veranderen er niet door. Je moet je volgens hem richten op de normen en waarden die je al dan niet met elkaar deelt.
Volgens Pinto is het huidige integratiebeleid teveel assimilatiebeleid geworden. En dat werkt volgens hem averechts. Assimilatie is niet mogelijk, omdat mensen niet maakbaar zijn. Migranten moeten binnen de grenzen van de wet de mogelijkheid hebben zichzelf te zijn, dat geldt ook voor orthodoxen. Wanneer je minderheden het gevoel geeft dat ze er toch nooit bij zullen horen, zullen ze ook minder geneigd zijn zich in te spannen en dreigt het gevaar van segregatie. Pinto pleit voor een participatiebeleid.
Volgens Pinto is radicalisering van alle tijden. Er is in iedere samenleving altijd een kleine groep die radicaal gedrag zal vertonen.Daar moet je volgens Pinto niet te krampachtig mee omgaan.

Na de inleidingen van Blenkers en Pinto volgden workshops van Mohammed Cheppih (Radar advies) en Roemer van Oordt (ACB Kenniscentrum) over het herkennen van radicalisering, van de SKC over handen geven of niet en van Jessica Silversmith (Meldpunt Discriminatie Regio Amsterdam)  over het tegengaan van discriminatie in het onderwijs.

De conferentie werd afgesloten met een levendig debat met de stadsdeelvoorzitters Ahmed Marcouch (Slotervaart) en Martin Verbeet (Oost-Watergraafsmeer), Yusuf Altuntas (ISBO), Ruud Drupsteen (schooldirecteur VO praktijkschool) en Joost Nolting (directeur basisschool De Kinderboom) en de zaal. In het debat, dat onder leiding stond van Laila Abid en Miep van Diggelen,werd geconcludeerd dat ieder het recht heeft op zijn of haar religieuze beleving, ook als deze orthodox is. Het is prima wanneer mensen bewust voor een orthodoxe geloofsovertuiging kiezen. Wel moeten zij zich bewust zijn van de consequenties die dat met zich meebrengt. De vrijheid van godsdienst kan namelijk botsen met andere(grondwettelijke) vrijheden en rechten van anderen. Zo mag een school niet discrimineren, maar heeft een school wel het recht bepaalde regels vast te stellen, ook als die nadelig uitpakken voor bepaalde groeperingen. Hierbij werd wel opgemerkt dat normen en waarden niet statisch zijn, maar in de loop van de tijd kunnen veranderen.
Het is voor een school gemakkelijker orthodoxe leerlingen aan te nemen, dan om orthodoxe gelovigen als leerkracht aan te stellen. Een leerkracht vervult immers een voorbeeldfunctie voor de leerlingen en moet de leerlingen voorbereiden om in de maatschappij te kunnen participeren. Je kunt zelf je eigen afwijkende normen hebben, zolang je die maar niet oplegt aan de kinderen.

De conferentie werd mede mogelijk gemaakt dankzij financiele steun van het stadsdeel Oost/Watergraafsmeer in het kader van het project Weerbaar Oost
(voorkomen van radicalisering en polarisatie) dat door ACB Kenniscentrum wordt uitgevoerd
.

About Ewoud Butter

Schrijver, onderzoeker
This entry was posted in extremisme, islam, onderwijs. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s